Ik liep over een pad en onder mijn voeten lag mantelgesteente — de diepste laag van de aarde, omhooggedrukt door miljoenen jaren druk, getransformeerd door water dat er doorheen trok en alles wat het raakte veranderde van binnenuit.
Ik herkende het zonder het te weten. Dat is altijd het teken.
Het landschap onder mijn voeten was een tiramisu van tijd. Laag op laag op laag. Oceaanbodem die land werd. Mantel die oppervlakte werd. Het oude dat niet verdween maar werd — iets anders.
Ik was net door vuur gegaan. Het jaar van het Vuurpaard draagt geen zachte boodschappen. Het Paard rent niet omdat het moet. Het rent omdat stilstaan voor sommige wezens geen optie is — totdat de aarde zelf zegt: hier. stop. kijk naar beneden.
En ik stopte. En ik raapte op wat al op mij wachtte.
Ik weet nu dat kundalini geen concept is. Het is wat er gebeurt als de slang in mijn ruggengraat besluit dat het tijd is om te bewegen.
Niet omhoog als een raket. Maar spiraalgewijs. Zoals water door gesteente trekt. Zoals een weg die slingert door lagen die ouder zijn dan het leven op land.
De ceremonie opende het kanaal. Maar integratie is de weg zelf.
De weg die buigt om wat massief is. Die stijgt omdat er geen andere richting is. Die mij langzamer maakt — niet als straf, maar als precisie.
Shedding the old heeft geen geluid. Geen dramatisch afscheid.
Het is meer zoals de bruine buitenlaag van de steen die ik moet wegbeitelen voordat ik de ware kleur zie. Die laag zag eruit als bescherming. En dat was het ook. Ooit.
Maar eronder ligt groen. Levend. Glanzend. Onverwacht diep.
Ik zie het pas als ik begin te werken. En de ware kleur — die komt pas als de steen verwarmt, verzadigd raakt, afkoelt.
Niet voor die tijd. Nooit voor die tijd.
Ik bouw nieuwe routines. Niet omdat het sexy is. Maar omdat adem, water, de dagelijkse daad van kiezen mij houdt bij wie ik aan het worden ben.
Ik heb geleerd dat discipline geen controle is. Het is de vorm die mijn vrijheid mogelijk maakt. Zoals een bedding de rivier niet gevangen houdt — maar haar richting geeft. Kracht geeft. Bestemming geeft.
De slang in mij slingert niet willekeurig. Ze weet precies waar ze naartoe gaat.
Ik droeg die stenen mee zonder precies te weten waarom. Mantelgesteente. Serpentijn. Slangensteen. Al 30.000 jaar gedragen door mensen als talisman voor wat ze nog niet konden benoemen maar al wel voelden.
Nu weet ik het.
Niets was toeval. Niets ís toeval als je al in beweging bent. De synchroniciteit vond mij — niet andersom.
Ze wachtte tot ik langzaam genoeg liep om haar te zien.
Dit is niet het jaar van aankomst. Dit is het jaar van de weg zelf. Slingerend. Stijgend. Laag voor laag.
Vooruit — maar nooit meer zo snel dat ik vergeet wat ik draag.
En wat mij draagt.
Angela Debar — Latitude 33° | navigating through awakening